
Burgemeestersvrouw Drost-Van Giessen in Middelie tijdens de inundatie in met 1940. © Foto Waterlands Archief
Het begin van de oorlog in Waterland: al op de eerste dag van de Duitse inval sneuvelt soldaat Jacob Tromp uit Edam.
Edam: Het is zonnig op 10 mei 1940. Het KNMI registreert een temperatuur van 19,4 graden Celsius. Ondanks het stralende weer gaat deze datum als een zwarte dag de geschiedenis in vanwege de Duitse inval. Het Nederlandse leger vecht, delen van het land worden onder water gezet. Mens en dier worden geëvacueerd en de eerste slachtoffers vallen, onder wie soldaat Jacob Tromp uit Edam.
Waar al maandenlang voor wordt gevreesd en wat de aanleiding is geweest voor de mobilisatie in 1939, wordt bewaarheid: de nazi’s vallen Nederland aan. In de regio Groot Waterland geeft de Nederlandse overheid opdracht een gedeelte van de Stelling van Amsterdam te inunderen (onder water zetten) om aanvallen af te slaan.
Tachtig jaar vrijheid
Het is op 5 mei tachtig jaar geleden dat Nederland werd bevrijd. In de aanloop naar deze datum besteedt Dagblad Waterland in samenwerking met het Waterlands Archief wekelijks aandacht aan gebeurtenissen tijdens de Tweede Wereldoorlog in deze regio.
Delen van onder meer de Beemster en de Zeevang werden geïnundeerd, veehouders moeten in allerijl hun dieren evacueren. Er is grote paniek, terwijl aan de Duitse grens wordt gevochten en de eerste oorlogsslachtoffers vallen. Het Nederlandse leger, bestaande uit beroeps- en dienstplichtige militairen, strijdt uit alle macht, maar lijdt grote verliezen.
Pantsergranaat
Dienstplichtig soldaat Jacob Tromp, geboren in Beets maar sinds 1932 woonachtig in Edam, moet een van de eerste oorlogsslachtoffers in deze omgeving zijn geweest. Hij overlijdt op de dag van de Duitse inval. Als dienstplichtig soldaat strijdt hij aan het Maasfront in het Brabantse Katwijk aan de Maas, hemelsbreed niet ver van de Duitse grens. Jacob wordt gedood door de inslag van een zware pantsergranaat tegen de kazemat waar hij is opgesteld. Hij krijgt zijn laatste rustplaats op het kerkhof van de Sint Nicolaaskerk in Edam.

Het graf van Jacob Tromp in Edam. © Foto Waterlands Archief
Het Duitse leger rukt op richting de Grebbelinie en dat heeft gevolgen voor onze omgeving. Ook deze waterlinie is namelijk deels onder water gezet, waardoor veel mensen moeten worden geëvacueerd. Inwoners van Hoogland bij Amersfoort werden volgens overlevering met boten over het IJsselmeer naar Volendam gebracht waar zij worden ondergebracht in hotels, pensions en bij particulieren in Edam, Volendam en de dorpen in de Zeevang.
Mazelenuitbraak
De Hooglanders worden getroffen door een mazelenuitbraak. In Volendam worden voor hen enkele noodhospitalen ingericht. Na terugkeer betuigen zij hun dank door de schenking van een een marmeren herdenkingsbank aan de toenmalige gemeente Edam. Deze staat nog altijd in het voormalig stadhuis in Edam..

De door Hooglanders geschonken bank in het voormalige stadhuis in Edam. © Foto Waterlands Archief
Ook bij de Slag om de Grebbeberg komen enkele streekgenoten om het leven. Sergeant Jacob Visser uit Purmerend en dienstplichtig soldaat Willem Stammes uit Warder sneuvelen beiden op 13 mei. Zij vinden hun laatste rustplaats op de
Erebegraafplaats Grebbeberg.

Het graf van Jacob Visser op de Erebegraafplaats Grebbeberg. © Foto Waterlands Archief
Rotterdam wordt op 10 mei vanuit de lucht aangevallen door Duitse watervliegtuigen. Er volgt een dagenlange strijd om de Maasbruggen. Bij deze gevechten laat marinier 3e klasse Jan Laan het leven. Hij is voor de oorlog als knecht bij slager Huisman in Purmerend werkzaam geweest.

Burgemeester Ninaber van Beemster roept op kalm te blijven. © Foto Waterlands Archief
Het Nederlandse leger blijkt uiteindelijk een ongelijke strijd te voeren tegen de Duitse overmacht en capituleert na vijf dagen. Op dat moment zijn 2.300 Nederlandse militairen gesneuveld, onder wie de genoemde streekgenoten.

Beeld van de inundatie in Kwadijk. © Foto Waterlands Archief
Aan de onderwaterzetting van de Stelling van Amsterdam komt een einde. Burgemeester Cornelis Pieter van der Sluijs van Landsmeer ontvangt een telegram van secretaris-generaal Karel Freriks van Binnenlandse Zaken, die verzoekt ’de bezetting zoo veel mogelijk te vergemakkelijken’. Intussen roept burgemeester Willem Ninaber van Beemster de inwoners van de polder op tot kalmte, maar niemand weet op dat moment nog wat er verder zal komen.

Het telegram van secretaris-generaal Freriks van Binnenlandse Zaken aan burgemeester Van der Sluijs van Landsmeer.